Directie

Havens op een stevig fundament

Nu op veel plekken in onze havens en industriegebieden de schop de grond in is gegaan, ontpoppen zich de tastbare symbolen van het succes van Groningen Seaports en de Eemsmondregio. Jaren achtereen zijn plannen gemaakt, is hard gewerkt, gelobbyd en geïnvesteerd in de havens en de industriegebieden. Dat heeft nu geleid tot een haven- en industriecomplex van nationaal belang. Een positie die in 2010 alleen maar verder is versterkt en waar zelfs een wereldwijde economische crisis geen afbreuk aan heeft kunnen doen. De Eemshaven en de haven van Delfzijl hebben zich ontplooid van regionaal tot internationaal georiënteerde havens, met een sterk energie- en chemieprofiel.

De bouwput wordt nog groter

De fase van verkoop is nu overgegaan in de periode van bouwen, realiseren van projecten en faciliteren. Voor Groningen Seaports is daarmee misschien wel de meest enerverende en uitdagende periode in haar geschiedenis aangebroken. Met name in de Eemshaven is een bouwput van buitengewone omvang ontstaan. Op het Energy Park, een gebied van één vierkante kilometer, realiseren NUON en RWE er hun energiecentrales, Advanced Power start in 2011 met de voorbereidingen van de bouw van de gasgestookte centrale Eemsmond Energie. Er is gewerkt aan de uitbreiding van de Beatrixhaven en met de komst van de strategische olieopslag van Vopak hebben de bouwactiviteiten zich ook naar het meest westelijke deel van de Eemshaven uitgebreid. Het vormt de grootste bouwplaats van het land en wanneer alle projecten bij elkaar worden opgeteld gaat het om een ongekend hoog investeringsbedrag van 6 miljard euro. Dat is ruwweg twee keer zoveel als wordt geïnvesteerd in de Maasvlakte bij Rotterdam of de Noord-Zuidlijn in Amsterdam.
Daarnaast worden door Seaports zelf nog eens miljoenen gestoken in de aanleg van kades, steigers, wegen en andere infrastructuur en het bouwrijp maken van terreinen. De bouwactiviteiten bezorgen duizenden mensen werk en ook wanneer de projecten gereed zijn, is het aantal mensen dat zijn brood verdient in de Eemshaven vele malen groter dan enkele jaren geleden.
Laten we niet vergeten dat ook in Delfzijl een grootschalige revitalisering van het industriegebied Oosterhorn gaande is. Daar wordt circa 10 miljoen euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van 200 hectare bestaande en nieuwe terreinen op Oosterhorn en op het zogeheten MERA-Park (Milieu, Energie, Recycling, Afval). Het is onderdeel van de benadering van een nieuwe markt waar Seaports bedrijven samen wil brengen die naar synergievoordelen en vergroening streven.
Ook is in Delfzijl in 2010 - met behulp van Waddengelden - het herstel van de wierdestructuur van het oude dorpje Weiwerd opgepakt. We willen deze plek ontwikkelen als Brainwierde Weiwerd, bedoeld voor kleinschalige, innovatieve bedrijven, die zich richten op de nabijgelegen zware industrie.

Weerstand

Er waren gerechtvaardigde zorgen over de gevolgen van de crisis voor de Groninger havens en industriële bedrijvigheid. Want hoe zou de daling in de op- en overslag van 2009 (-14 procent) zich in 2010 ontwikkelen? En zouden de teruglopende omzetten waarmee mening bedrijf te maken had, in het verslagjaar verder dalen, met opnieuw verlies aan werkgelegenheid tot gevolg? De Eemsmondregio bleek allerminst immuun voor de neergang, maar de vrees voor een verdere verslechtering bleek ongegrond. Eind 2009 was al duidelijk dat de op- en overslag een verbetering liet zien. Die ontwikkeling zette door in het verslagjaar waarin de op- en overslagcijfers met 10,5 procent stegen.
In Delfzijl kwam de industriële motor ook weer op gang. Bedrijven die in 2008 en 2009 ronduit bezorgd waren over de toekomst en mensen naar huis moesten sturen, draaiden in 2010 weer op volle productie. Dat heeft zich heel snel weer vertaald in investeringsplannen, zowel bij de grotere bedrijven als bij het industriële mkb in Delfzijl, zoals onder meer bleek uit het klanttevredenheidsonderzoek van Seaports. Daarin kwam naar voren dat 40 procent van alle bedrijven de komende 5 jaar verwacht uit te breiden.
Seaports zelf ervaart de positieve stemming uit de voortdurende belangstelling van nieuwe klanten voor vestiging in de havengebieden. Dat daarbij ook de interesse is gewekt vanuit een geheel nieuwe sector, die van de windmolenbouwers, biedt de Eemshaven weer nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. De Duitse windmolenbouwer Bard, die concessiegebieden in de Noordzee boven de Wadden heeft verworven, voert een belangrijk deel van de assemblage van de tientallen molens uit in de Eemshaven. De zeehaven profiteert van de bijzonder gunstige ligging ten opzichte van windmolenparken. In het kielzog van de molenbouwer tonen ook constructie- en servicebedrijven interesse voor vestiging.

Hoewel het herstel voor een aantal ondernemingen nog broos is, durven we te stellen dat de crisis niet meer is dan een momentopname. Dat rechtvaardigt enig optimisme. De neergang heeft ongewenste sporen nagelaten, maar de economie laat zich weer voorzichtig van de zonnige kant zien en de groei van de motorways of the seas zet door.
In het verslagjaar werd bovendien opnieuw een aanzienlijke hoeveelheid terrein uitgegeven (25,7 hectare). Evenals eerdere jaren lag dit boven de meerjarendoelstelling. De terreinverkoop en de op- en overslagcijfers leidden tot een winstcijfer van circa 13 miljoen euro.
Dat resultaat is – merkwaardig genoeg – positief beïnvloed door het niet doorgaan van de aanleg van de LNG-terminal. De optievergoeding die ervoor is betaald kwam in het verslagjaar ten goede aan het resultaat. Het betekent wel dat de komende jaren de opbrengsten vanuit de terminal wegvallen, wat noopt tot een scherp oordeel over de kosten.

De boodschap die in al deze ontwikkelingen ligt besloten, is dat het fundament van de beide havens stevig is en bestand is tegen economische fluctuaties. Dat heeft zeker ook verband met de strategische keuze de Eemshaven te ontwikkelen als energiehaven. De aanwezigheid van de inmiddels omvangrijke energiegerelateerde bedrijvigheid maakt de havens bijzonder crisisbestendig. Momenteel profiteert met name de Eemshaven van de vele bouwactiviteiten, maar ook als die zijn voltooid, is het havengebied verzekerd van bijvoorbeeld een structurele aanvoer van brandstoffen, die deels ook via contracten met Seaports is vastgelegd.

Bijdrage aan BV Nederland

De prestaties van de havens worden veelal afgemeten aan de hoeveelheid verkochte industriegrond en de op- en overslagcijfers. Van meer belang echter is de toegevoegde waarde van de Eemshaven en de Delfzijlster haven en industrie aan de nationale economie, populair gezegd: de bijdrage aan de BV Nederland. En die is substantieel.
De komende jaren starten de centrales van NUON (multifuel, 1300 MW), RWE (poederkool, 1600 MW) en Advanced Power (gasgestookt, 1200 MW) met de productie van elektriciteit. De gasgestookte 2450 MW-centrale van Electrabel is al langer operationeel. Reken daarbij het 264 MW windmolenpark in de Eemshaven en de aanlanding van de onderzeese NorNed-hoogspanningskabel waarmee stroom naar Noorwegen wordt getransporteerd en elektriciteit uit waterkracht naar de Eemshaven terugkeert. Onderdeel van dit NorNed-project van het Noorse Statnett en de Nederlandse netbeheerder Tennet is de bouw in de Eemshaven van een converterstation (740 MW) waar de kabel in uitmondt.
Samengevoegd komt daarmee circa 30 procent van de nationale stroomproductie uit de noordelijkste zeehaven van ons land: de Eemshaven als stopcontact van Nederland. In Delfzijl bevindt daarnaast zich ongeveer 15 procent van alle chemische industrie van het land. Groningen Seaports is daarmee zowel voor de energievoorziening als voor de chemische productie van nationaal strategisch belang. En ook als logistiek knooppunt vervullen de havens een rol van landelijke en ook internationale betekenis. Niet voor niets heeft het kabinet de havens en Groningen Railport in Veendam opgenomen in het Mainport Netwerk Nederland.
Het vormt in elk geval een schril contrast met het beeld dat voorheen leefde over de Eemsmondhavens: Een gebied waar vele plannen worden gesmeed, maar waar weinig tot stand komt. Een opvatting die vooral de Eemshaven betrof. Met dat idee is onbetwist en definitief afgerekend.
Die transformatie heeft zich tevens vertaald naar de organisatie van Seaports zelf. Het voorheen overheidsgestuurde, beheersmatige Groningen Seaports heeft zich ontwikkeld tot een professionele en organisatorisch sterke en zelfbewuste onderneming die markt- en toekomstgericht en transparant opereert en die hecht aan goede dienstverlening en service. Daar zullen we ook de komende jaren aandacht aan blijven schenken, bijvoorbeeld door een personeelsbeleid dat is gericht op versterking van de interne organisatie. Niet alleen door specialisten aan te trekken waar we ze nodig hebben, maar ook door de processen, procedures en de interne communicatie te verbeteren. Via het programma Building Bridges is dat laatste aspect in 2010 versterkt. Het heeft geleid tot verbetering van de interne samenwerking en een gestroomlijnder informatievoorziening.

Dat de havens en Groningen Seaports zelf zover zijn gekomen is zeker ook de verdienste van de medewerkers van Seaports. Die verdienen beslist een groot compliment voor hun inzet en betrokkenheid. De directie is zich er terdege van bewust dat de omvang en hoeveelheid van de investeringsprojecten en commerciëlere werkwijze eisen stellen aan het personeel en ook leiden tot toename van de werkdruk. Het Seaports-personeel toont echter al jaren een enorme bereidheid om de visie en de doelen van de organisatie te realiseren. Het opnieuw zeer lage verzuimcijfer (2010: 3,0 procent) illustreert de motivatie en betrokkenheid van de mensen van Seaports. Het succes van de organisatie en de betrokkenheid van het personeel versterken elkaar natuurlijk ook. Het is enorm motiverend om te werken bij een organisatie die goed presteert. Dat nodigt ook uit tot goed presteren.

Waardering

Onze relaties bevestigen dat Groningen Seaports haar werk naar behoren verricht. Uit het klanttevredenheidsonderzoek dat we in 2010 hebben gedaan, bleek dat bestaande klanten zaken als klantbehandeling en informatievoorziening hoger waardeerden dan bij de vorige enquête. Het algemene cijfer steeg met een half punt van 7,4 naar 7,9. In het licht van ons streven naar klanttevredenheid vindt Seaports dat een zeer belangrijke constatering. Naast factoren als ruimte en afwezigheid van files komt commerciële slagkracht in het klanttevredenheidsonderzoek in de top vijf van meest gewaardeerde elementen.
Dat de buitenwacht oog heeft voor wat er in de Eemsmondhavens gebeurd, bewijst ook de nominatie van het bouwproject 'Eemshavengebied' voor de Cobouw Awards, tussen projecten als het Rijksmuseum Amsterdam, de Tweede Coentunnel, de aanleg van de Maasvlakte II en de bouw van het nieuwe kantoor van de Belastingdienst in Groningen. Die nominatie mondde zelfs uit in een eerste prijs, die des te meer betekenis heeft aangezien het de bouwsector zelf was die de winnaar aanwees. Er is geen reden om de trots hierover te verhullen. Het is ook een erkenning van de bovenregionale betekenis van de havens.

Duurzaamheid

Het thema duurzaamheid loopt als een rode draad door de plannen en activiteiten van Groningen Seaports, dat op meerdere manieren haar duurzaamheidsambities naar voren brengt. Zo behoren beide havens sinds 2005 tot de selecte groep van Ecoports, die voldoen aan een reeks milieuvoorschriften die zijn opgesteld door de internationale Ecoports Foundation. In 2010 is het Ecoports-certificaat opnieuw aan Seaports verstrekt. Dat dit brevet van milieuvriendelijk en duurzaam opereren in de havens opnieuw is verkregen is geen vanzelfsprekendheid, want het wordt slechts dan verleend, wanneer havens vooruitgang hebben laten zien in de aanpak van milieu- en duurzaamheidskwesties. In het milieuverslag in dit jaarverslag staan de details beschreven van de aanpak van Seaports.
In het verslagjaar is veel aandacht uitgegaan naar de totstandkoming van het E-Pact (Eemshaven-Pact), een overeenkomst tussen de energiebedrijven, natuur- en milieuorganisaties en Groningen Seaports. In het E-pact gaan economische vooruitgang en duurzaamheid hand in hand. De overeenkomst beoogde harde afspraken over milieumaatregelen door de energiebedrijven. In ruil daarvoor zouden de natuurbeschermingsorganisaties afzien van juridische procedures. Gaandeweg bleek een akkoord daarover toch een stap te ver en zijn de onderhandelingen afgerond met een manifest waarin de bedrijven intenties, maar geen resultaatverplichtingen hebben vastgelegd. Desondanks beschouwt Seaports het resultaat en de dialoog die op gang zijn gekomen als een belangrijke stap vooruit, want nog niet zo lang geleden stonden bedrijven en milieubeweging lijnrecht tegenover elkaar. Dat natuur- en milieuorganisaties blijven strijden tegen in hun ogen ongewenste kolencentrales, en dat de energiebedrijven ijveren voor hun bedrijfsbelangen is begrijpelijk, de winst is dat over en weer vertrouwen is ontstaan.
Groningen Seaports kiest in dat krachtenveld voor een eigen positie. Als havenbeheerder is Seaports niet de vergunningverlener, maar ze faciliteert slechts. Omdat Seaports wel haar bijdrage wil leveren aan verduurzaming, zoeken we in samenspraak met milieuorganisaties en het bedrijfsleven naar nieuwe wegen en oplossingen. Daarmee willen we bereiken dat bedrijven zich rekenschap geven van de kwetsbare omgeving waar ze opereren. We trachten hen aan te zetten tot het nemen van maatregelen die zelfs tot natuurverbetering leiden. Het boven genoemde manifest is een goed voorbeeld van deze nieuwe werkwijze.
Dat ondernemingen inderdaad – ook vanuit zakelijke motieven – in toenemende mate bereid zijn te investeren in een goede relatie met milieuorganisaties en dat die laatsten daar ook open voor staan, blijkt uit bijvoorbeeld de overeenkomst die Vopak en de natuurbeschermers hebben gesloten. Vopak heeft onder meer afspraken gemaakt over de veiligheidsniveaus van de overdrachtspunten bij de olieopslag en over de tankers die de olie afleveren.
Heel tastbaar in 2010 was de officiële opening van het natuurcompensatiegebied in de polder ten westen van de Eemshaven. Ruim 50 hectare grond is daar aangekocht en ingericht als een natuurgebied. Deels is dat gedaan vanuit de wettelijke verplichting voor de bedrijven die de centrales bouwen, maar er zijn ook extra werkzaamheden verricht, bovenop hetgeen de wet verplicht stelt.

Omdat we als organisatie zelf niet achter willen blijven en een voorbeeldfunctie nastreven, is tevens een intern duurzaamheidsprogramma opgezet en is een duurzaamheidscoördinator aangesteld. Het begrip duurzaamheid is binnen de gelederen van Seaports zelf tot een basiswaarde en een way of living uitgegroeid. We vinden het niet meer dan vanzelfsprekend voor een organisatie die opereert aan de rand van een werelderfgoed.

Verzelfstandiging

Groningen Seaports werkt al enige tijd aan verzelfstandiging. Het behelst een nieuwe bestuursstructuur waarbij de huidige Gemeenschappelijke Regeling (GR) met de gemeenten Eemsmond en Delfzijl en de provincie Groningen als aandeelhouders, wordt ingebracht in een overheids NV. De huidige aandeelhouders komen daarbij op enige afstand te staan. Een belangrijk motief voor verzelfstandiging is dat het de risico's voor de deelnemende overheden vermindert. Daarnaast verbetert de gewijzigde structuur de toegang tot de kapitaalmarkt. Tenslotte vergroot de NV-structuur de slagkracht en de transparantie van Groningen Seaports. Die veranderingen zijn van belang omdat de huidige dynamiek in het Eemsdelta-gebied een slagvaardige, marktgerichte en professionele organisatie vergt. De transparantie speelt een rol omdat de organisatie eraan hecht te voldoen aan de code Tabaksblat voor good governance. In 2010 zijn de voorbereidingen voor de verzelfstandig afgerond. Daarbij is ook veel aandacht uitgegaan naar het zekerstellen van de positie van het personeel van Seaports. Het definitieve besluit over de nieuwe bestuursstructuur wordt waarschijnlijk in 2011 genomen door de gemeenteraden en provinciale staten.
De verzelfstandiging komt op een moment dat een nieuw nationaal Mainportbeleid is gelanceerd, waarbij alle logistieke knooppunten een netwerk vormen. De directie van Seaports staat achter het idee van samenwerking met in de eerste plaats Rotterdam, maar ook met andere havens. In 2010 is de aanzet daartoe gegeven. Doel is aantrekken van extra lading. De verzelfstandiging van Seaports is hier in zeker zin mee verweven, aangezien het de weg opent naar deelneming van andere havenpartijen in Groningen Seaports, waarbij we opmerken dat we de zeggenschap over het eigen gebied streng bewaken.

Vooruitblik

De huidige groei van Groningen Seaports is vooral gegrond op de investeringen die de voorbije jaren zijn gedaan. De logistiek is daar nog bij achtergebleven. Vanaf 2012 trekt de logistiek echter sterk aan door de overslag van olie, steenkool en biomassa voor de energiecentrales die vanaf die tijd in de Eemshaven in bedrijf komen. Daarbij zal het herstel van de economie tevens een bijdrage leveren in de toename van logistieke activiteit. Seaports rekent op een verdubbeling van de op- en overslag naar circa 15 miljoen ton over enige jaren. Daarnaast zal het aantal scheepsbewegingen met een kwart stijgen en ook zal de omvang van de schepen die de Eemshaven aandoen toenemen. Het betreft dan vooral schepen met bulklading (kolen, biomassa) uit Australie, China, Zuidafrika en Rusland en tankers met ruwe olie voor de Vopak-opslag.
Ter voorbereiding daarop zet Seaports haar investeringen in de haveninfrastuctuur onverminderd voort. De verlenging van de Beatrixhaven nadert inmiddels haar voltooiing en in Delfzijl is de modernisering van het industriegebied Oosterhorn een van de belangrijkste projecten.
De plannen voor de ontwikkeling van een nieuw industriegebied ten zuidoosten van de Eemshaven passen ook in dat kader. Om aan de vraag naar nieuwe industriegrond te kunnen blijven voldoen, is ontwikkeling van nieuw terrein nodig, want de huidige voorraad raakt uitgeput. Het is zelfs een van de grootste uitdagingen waarvoor Seaports zich ziet gesteld. In de Eemshaven is het proces van uitbreiding buiten de huidige gronden reeds in gang gezet. We zien er met name kansen voor bijvoorbeeld logistieke bedrijvigheid en datawarehouses. Die datahotels vinden het wenselijk zich te vestigen nabij energiecentrales vanwege de leveringszekerheid van stroom. In samenhang daarmee werken de Gemeente Eemsmond, Provincie Groningen en Seaports aan een vernieuwend en 'groen' glastuinbouwconcept waarbij een energiedriehoek van datacenters, kassen en energiecentrales warmte, koelwater en stroom uitwisselen. Tevens wordt gewerkt aan een idee voor een algenboerderij, een ander plan waarin Seaports' streven naar duurzaamheid tot uitdrukking komt.
Die ontwikkelingen en de goede economische perspectieven voor de komende decennia maken ook opwaardering van de infrastructuur van onze achterlandverbindingen noodzakelijk.
Groningen Seaports ziet daarnaast in de nabije toekomst goede kansen weggelegd voor ontwikkelingen rond de offshore-windparken, een markt die ook nog eens veel banen met zich meebrengt. De Eemshaven heeft vanwege de ligging enorme potentie om een deel van de markt van constructie van molens, assemblage en service naar zich toe te trekken. Gecombineerd met de ontwikkeling van een helikopterhaven. Seaports tracht bedrijven die op deze markt actief zijn te interesseren voor de Eemshaven.
Ondanks deze goede vooruitzichten, gaat onze zorg momenteel uit naar de beschikbaarheid van voldoende arbeidskrachten. Door vergrijzing en ontbreken van technisch specialisten daalt het aanbod van arbeidskrachten. Omdat beschikbaarheid van goed geschoolde medewerkers een belangrijke vestigingsplaatsfactor is, heeft Seaports samen met het bedrijfsleven, scholen en arbeidsmarktorganisaties actie ondernomen. Zo is onder meer het Seaports Xperience Center (SXC) opgezet. Deze instelling dient de aansluiting van opleidingen en arbeidsmarkt te verbeteren. Tevens trachten we samen met onderwijs en bedrijfsleven scholieren ertoe aan te zetten te kiezen voor opleidingen die leiden naar een baan in de havens of de industrie.

Perspectiefrijk

Bedrijven hebben de weg naar de Eemsdelta gevonden, de Eemshaven heeft zich ontwikkeld als energy hotspot en de chemie in Delfzijl heeft de weg omhoog hervat en is ondertussen een nieuw pad ingeslagen door te zoeken naar verduurzaming van processen en producten. De zeehavens bewijzen hun crisisbestendigheid en ze zijn het regionaal belang ontstegen.
De economie trekt aan en Seaports investeert in toekomstgerichte initiatieven. De omstandigheden zijn al met al rijk aan perspectieven en wij stellen vast dat de basis gezond is. Wij blijven nuchter zaken doen en houden vast aan uitgangspunten waar we waardering voor ontvangen: goed koopmanschap en soberheid in prognoses.

Harm D. Post, directeur Groningen Seaports

Groningen Seaports is de beheerder van de haven van Delfzijl en de Eemshaven en aangrenzende industrieterreinen en voorziet in een complete havendienstverlening, van logistieke diensten tot het beschikbaar stellen van topkwaliteit industriële en MKB terreinen in beide havengebieden. Tevens omvat Groningen Seaports twee binnenhavens, de Farmsumerhaven en de Oosterhornhaven. Door de ligging, het aanbod van verschillende typen bedrijventerreinen, de aanwezige infrastructuur, de ruimte en de goedkope grondprijzen zijn de terreinen van Groningen Seaports uitstekend geschikt als vestigingslocatie.
De sterke kanten van Groningen Seaports zijn: snelle dienstverlening, voldoende grond beschikbaar, ook rechtstreeks aan het water, veel ruimte voor ontwikkeling, uitstekende havenfaciliteiten, hoog gekwalificeerd personeel, prima bereikbaarheid en goede en snelle verbindingen over het spoor, de weg en de binnenwateren. Beide havens zijn uitstekend uitgerust voor de op- en overslag van een breed scala aan goederen.